De laatste dagen van 2012 brengen mijn vrouw en ik samen met een goede vriend door in een huis aan de Belgische kust. Een plek waar de tijd stil heeft gestaan. De Haan heet het dorp, en niet zelden op gevels in het Frans aangeduid: Le Cocq sur mer.

Ooit de tijdelijke woonplaats van Albert Einstein, ooit de badplaats van de Belgische chic. Nu een plaatsjesboek vol herinneringen aan een tijd die nooit meer terugkomt, al was het maar omdat ook hier de typisch Belgische rolluiken het straatbeeld ontsieren. De rolluiken geven mij overigens een allerminst veilig gevoel, terwijl dat toch de opzet zou moeten zijn.

‘De Consessie’ is de naam van de dorpskern waar ook het huis waar wij verblijven toe behoort. Genoemd naar de consessie die in 1890 door de Belgische staat werd gegeven voor het gebied waar dit dorp toen is gebouwd. De befaamde architect Joseph Stubben had de supervisie bij de bouw en vormgeving van deze badplaats, en zijn stijl zie je nog altijd terug. Het is een dorp met een ziel, misschien wel vooral door het ontbreken van hoogbouw, zoals verboden in het stedenbouwkundig beleid van Stubben, dat nog altijd van kracht is.

Het is in de consessie een drukte van belang. Deze periode is op het zomerseizoen na de beste tijd voor De Haan, en daarom onderbreken de restaurateurs, de boetieks en de brocantewinkeliers hun winterslaap voor twee weken. Sommige ondernemers doen dat met minder passie en overgave dan anderen en nemen niet eens de moeite de menukaart met de tekst: ‘Zomer 2012’ voor deze periode aan te passen. Een verschijnsel dat dus blijkbaar niet is voorbehouden aan de Nederlandse horeca en wat mij betreft een teken dat het blijkbaar nog niet slecht genoeg gaat in de branche.

Het zijn vooral ouderen die deze dagen in De Haan verblijven. Ouderen, waar er in Europa zo ontzettend veel van zijn, ook omdat mijn generatie iedereen van 60+ die sticker al opplakt. Misschien komt het wel omdat de generatie van vlak na de tweede wereldoorlog zo vroeg gestopt is met werken; dat maakt je oud en als je niet uitkijkt sta je voor je het weet aan de zijlijn van het leven. Het zijn hier in De Haan bijna zonder uitzondering stellen met grijs haar, een dure winterjas, en ze hebben geld. Het lijkt een contradictie, toch valt het mij op dat hoe meer geld een bejaarde heeft, hoe ontevredener hij of zij is. Ook hier in de Haan is dat niet anders. Gezicht op onweer, toch schijnt er een heerlijke winterzon.

Het zijn mensen die allemaal teleurgesteld lijken te zijn. Maar in wie? Het is toch de generatie die de geschiedenis in zal gaan als de meest kansrijke, meest welvarende en meest kapitaalkrachtige sinds de gouden eeuw. Toch is er geen normaal gesprek met ze te voeren. Klagen over de Grieken, klagen over de overheid en klagen over de jeugd van tegenwoordig. Ze zijn niet meer te verwonderen, want ze zijn al te veel verwonderd in hun leven. De hoop is uit hun leven verdwenen, omdat ze zeker weten dat het nooit meer zo mooi wordt als vroeger. Dat is het verschil met ouderen met minder geld en meer te doen. En ook met jonge mensen. Zij geloven, soms met onwaarschijnlijk optimisme, dat het beste nog moet komen.

Wanneer je kiest voor de zijlijn, vlak voor een tijd van transitie, dan heb je niet het zijkijken maar het nakijken. Dat is volgens mij wat er met veel rijke oude klagers op dit moment gebeurt. De beste stuurlui staan aan wal, maar het zijn ook nog eens stuurlui die niet beschikken over de vaarbewijzen die er in deze tijd nodig zijn. Gedateerde papieren, gedateerde oplossingen. Ze weten het zelf ook. De boot gemist. Daar krijg je nu eenmaal een rotgevoel van en het is evident dat zij het moeilijk vinden dit te verbergen.

Mensen die zich rot voelen, en het gevoel hebben dat ze niet meer mogen of kunnen meedoen, hebben over het algemeen de neiging anderen in hun kamp te trekken om te voorkomen dat ze helemaal alleen komen te staan.

Mijmerend aan de keukentafel, op de laatste dag van het jaar 2012 terwijl ik de tijd neem dit op te schrijven en na te denken over het volgende hoofdstuk in mijn leven, sta ik dus ook stil bij hoe het zou kunnen zijn. Hoe het misschien wel zou moeten zijn. Waar het is misgegaan, en waar toch echt kansen liggen.

Een prachtig fundament gelegd in 1890. Een visie voor een dorp. Een plek waar geluk heel normaal hoort te zijn. Zoveel ontevreden mensen die hun bezit en geluk letterlijk opsluiten achter de lelijkste rolluiken die je je kan voorstellen. Zo heeft Joseph Stubben het niet bedoeld. Het is tijd voor een nieuwe generatie. Laten we dorpen als deze in oude glorie herstellen! Laten we de rolluiken optrekken en verwijderen, laten we genieten van de zee, de rust, de wind en zelfs de zon. Laten we daar in 2013 een begin mee maken. Wij drinken er een mooi glas Champagne op!

Gelabeld met → 
Deel →
Twitter @wouterverkerk

U zoekt oplossingen voor uw gastvrijheid vraagstukken?

Neem contact op met Wouter Verkerk van Verkerk Bartstra