Nederlanders die de Engelse taal goed beheersen hebben er soms plezier in landgenoten in het Buitenland te zien worstelen met deze taal. Je herkent vrij snel de Nederlanders omdat ze Neder Engels spreken. Letterlijk vertaalde spreekwoorden, gezegdes en uitdrukkingen die in het Engels nergens op slaan maar vol overtuiging worden uitgesproken! Dat leidt soms tot hilarische situaties. Het vermakelijkst is vaak de gezichtsuitdrukking van de spreker die zich van geen kwaad bewust is. Toch vergeeft iedereen het de mensen die in deze val lopen, omdat ze zich duidelijk inspannen zich verstaanbaar te maken, en met handen en voeten uiteindelijk een heel eind komen.

Met taal is het nu eenmaal zo dat je altijd een achterstand zal houden ten opzichte van je moedertaal. Daar weet Johan Cruijff alles van met zijn legendarische Neder Spaanse gezegde: ‘En un momento dado’, en ook Rudi Carrell sprak met zijn Nederduits bij lange na niet foutloos. Toch werden ze omarmd omdat men wel heel goed begreep wat zij bedoelden, ook al gebruikten ze vaak een verkeerde of te letterlijke vertaling. Ze begrepen in ieder geval zelf wat ze bedoelden en konden dat ook duidelijk maken. Uiteraard met hier en daar een fout, maar dat is dus logisch. (om maar een ander Cruijffiaans gezegde aan te halen!)

Met Gastvrijheid is het vaak niet anders. De Gastvrijheidstaal die een bedrijf wil spreken moet vaak ook vertaald worden naar het persoonlijke gedrags- en referentiekader van een medewerker. Wanneer een jongen van achttien de gastvrije woorden van zijn 40 jaar oudere Maître letterlijk zou overnemen, is hij niet geloofwaardig. En andersom geldt hetzelfde. Daarom is het zo belangrijk dat een horecabedrijf een eigen identiteit heeft met eigen kernwaarden en een duidelijke visie op gastvrijheid. Dat helpt de medewerker de juiste vertaling te maken naar eigen taal en gedrag ten opzichte van de gasten van het bedrijf. Als bedrijf zal je daarom in de kennismakingsperiode veel tijd moeten investeren in deze visie, en in gesprek moeten gaan met jonge medewerkers om ze aan te sporen hier een persoonlijke draai aan te geven.

Vaak zie ik dat de bedrijfsleiding weinig vertrouwen heeft in de vertaalcapaciteiten van het team, en om die reden eindeloze regelementen en scripts opstelt. Wat mij betreft leidt dit tot hele knullige momenten die mijn beleving als gast stevig reduceren. Een leerling van zestien die mijn vrouw vraagt of hij haar ‘Mantel’ mag aannemen, terwijl zij haar spijkerjasje draagt. Of een jonge medewerker bediening die zijn sommelier na papegaait door ons gezelschap bij de uitleg van het wijnarrangement haast stotterend te vertellen dat hij ons meeneemt op een ‘wijn reis’ en dat we voor het eerste glas allemaal ‘in het vliegtuig stappen naar Chili’. Ik betwijfel of deze jongeman ooit heeft gevlogen, laat staan dat ik me onder zijn reisleiding comfortabel zou voelen! Uiteraard zouden deze zinnen heel anders klinken wanneer deze zouden worden uitgesproken door de ervaren Sommelier met zijn vlotte en zelfverzekerde voorkomen.

Een medewerker die met gasten communiceert, kan zijn geloofwaardigheid en zelfvertrouwen alleen maar laten groeien door zichzelf te zijn, uiteraard rekening houdend met de kernwaarden van het bedrijf. Ingestudeerde zinnetjes en teksten schieten altijd hun doel voorbij, al is het maar omdat de medewerker dan nooit de werkelijke bedoeling en emotie achter deze woorden zal kennen, omdat hij ze niet zelf heeft geformuleerd. Eigenlijk is het dus andermans vertaling van iets wat hij niet zelf heeft bedacht. Anders dan met de Engelse, Spaanse of Duitse verspreking, krijgt de medewerker dit dus niet meer recht, want hij weet zelf niet eens wat hij bedoelt!

Deel →
Twitter @wouterverkerk

U zoekt oplossingen voor uw gastvrijheid vraagstukken?

Neem contact op met Wouter Verkerk van Verkerk Bartstra

Top