Het grootste deel van de vorige eeuw bestond er in Soest een heel bijzonder café. Er is geen horecabedrijf waar ik in mijn leven zoveel over heb gehoord, zonder er ooit te zijn geweest. Het bestond al niet meer toen ik werd geboren. Toch weet ik heel goed waar ze het over hebben, als er in mijn familie wordt gesproken over ‘het café’.  

Het café stond op de plek waar nu een appartementencomplex staat, naast treinstation Soestdijk. In de jaren ’50 werd er geadverteerd met de slogan: ‘Goed aangeschreven adres voor handelsreizigers.’  Dat zat dus wel goed.

Links van het café lag het treinstation, aan de andere kant, rechts van het café het politiebureau. Daarmee was het café vaak de eerste stop voor mensen die een nacht hadden doorgebracht in de politiecel. Konden ze gelijk bedanken voor de heerlijke maaltijd in de cel, die het café in opdracht van de politie verzorgde voor arrestanten. Waren zij welkom? Natuurlijk, in beginsel is in een goed café iedereen welkom.

Het café was een plek waar een dronkenman geen biertje meer kreeg, en openingstijden werden gerespecteerd. Een plek waar het uitbatersechtpaar altijd aanwezig was, in ieder geval een van de twee. En als de heer des huizes weg was? Dan was hij bezig met biertap- of met biljartwedstrijden. Als deelnemer of als jurylid. Eigenlijk dus ook aan het werk. Het café stond in de wijde omgeving bekend om de perfect onderhouden Wilhelminabiljarts die op hoog niveau werden bespeeld.

Het was een café waar de hele familie meewerkte, en waar je ook prima iets kon eten. Zo’n zaak waar je bij naam werd aangesproken. Waar je thuiskwam. Waar je als vreemdeling werd gevraagd of je kon klaverjassen. Zeker als er een man te weinig was. De glazen werden hier gespoeld in het helderste water. De getapte biertjes altijd op wedstrijdniveau getapt door de Nederlands kampioen.

Aldus de verhalen uit de overlevering… Ik ben er nog nooit geweest.  Ik denk dat het een heel mooi café was. Een café waar er nog maar weinig van zijn. Maar wat is er mooier dan een café dat er niet meer echt is en alleen in je hoofd bestaat? Je kunt er onmogelijk dronken worden, het is er wel altijd gezellig en je komt er graag in gedachten af en toe langs. Je gaat er als het ware aan een tafeltje zitten, schrijft er een stukje en denkt wat na. Dat café zit voor altijd in je hoofd en gaat nooit meer dicht.

‘Café Centraal’ sloot op zaterdag 22 april 1971 na 73 jaar.  Om plaats te maken voor bijgebouwen van de politie. De naam ‘Centraal’, is bij mijn neef Antonio van den Hengel in de best denkbare handen. Mijn opa Anton overleed in 1985. Mijn oma Jansje overleed vorige week op 5 februari 2014 na een lang leven. Ze werd 98 jaar. Haar credo? Verwennen, humor en niet te veel zeuren. Wow!  

Gelabeld met → 
Deel →

U zoekt oplossingen voor uw gastvrijheid vraagstukken?

Neem contact op met Wouter Verkerk van Verkerk Bartstra