In ‘De Telegraaf’ van zaterdag 18 maart 2018 schreef ik de volgende bijdrage in de discussie rond de ergernissen aan Engelssprekend personeel in de Nederlandse horeca.

‘Dat is raar! We zijn hier toch in Nederland?’ Steeds vaker word je op het terras in grote steden en drukke gebieden aangesproken in het Engels. Maar bedenkt u voordat u het afkeurt wel: Het is de redding van de horeca! Zeker wanneer deze buitenlandse medewerkers gevoel hebben voor gastvrijheid en hun best doen het gasten naar de zin te maken. Wanneer zij zich inspannen lokale gasten (die de Engelse taal niet vloeiend spreken) goed te begrijpen, is er niks aan de hand en kunnen we dankzij hen genieten van goede service in de Nederlandse horeca.

Wat is er aan de hand?

Ieder jaar ontstaan er in Nederland 90.000 vacatures in de horeca. Om verschillende redenen zal het in 2018 moeilijker zijn dan ooit tevoren, deze vacatures allemaal in te vullen. De gevolgen zijn in steden als Amsterdam nu al goed merkbaar. ‘Waarom kunnen we hier niet lunchen? Achterin zijn nog zeker twintig tafeltjes vrij!?’ Antwoord ondernemer: ‘Omdat we niet genoeg medewerkers hebben en we het dan niet meer aankunnen. Daarom is meer dan de helft van de zaak gesloten en zijn we voortaan ook op dinsdag dicht.’

De economie draait goed, de werkloosheid daalt, er komt heel veel horeca bij, de horeca staat niet bekend om de fantastische arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden zijn zwaar, gasten verwachten vandaag  de dag ook in een eenvoudig café vijfsterren service en willen er bovendien niet te veel voor betalen. De werkdruk is hoog. Het is een giftige cocktail van omstandigheden die er voor zorgt dat steeds minder Nederlanders kiezen voor het vak. Engels sprekend personeel met horeca-ervaring is dus geen keuze gemaakt uit luxe. De keuze is immers simpel: Niemand op het terras, of iemand die geen Nederlands spreekt.

Die keuze voor gasten is eigenlijk net zo eenvoudig. Engelssprekende obers, of geen obers.

Hoewel het veel beter gaat met de horeca zijn er nog steeds veel problemen in de branche. Hoewel veel gasten denken dat er woekerwinsten worden gemaakt en vinden dat de verkoopprijzen heel hoog zijn, valt dat in de meeste bedrijven eigenlijk heel erg tegen. Sterker nog: veel horeca is gewoonweg te goedkoop om aan de hoge (service) verwachtingen (gratis kraanwater!) van de gast te  kunnen voldoen. Er blijft in de meeste bedrijven eenvoudigweg niet voldoende ruimte over voor het salaris van een fulltime vakkracht en dus zijn zij aangewezen op jonge oproepkrachten.

Er is altijd een maar…

Horeca is allang geen bijbaantje meer dat iedereen met een uurtje instructie kan oppakken. Werken in de bediening van een horecabedrijf is topsport. Er wordt extreem veel van een medewerker gevraagd: Alertheid, vakkennis, snelheid, mensenkennis, geduld, flexibiliteit, begrip, een luisterend oor, incasseringsvermogen, gastvrijheid en taalvaardigheid. Wanneer een medewerker alleen aan de laatste eis niet voldoet is er naar mijn overtuiging voor niemand een probleem. Dat mensen problemen hebben met de Niet Nederlands sprekende bediening heeft waarschijnlijk dus meer te maken met het ontbreken van de overige functie-eisen.

 

Wouter Schreef verschillende boeken die overal verkrijgbaar zijn maar alleen in spectaculaire voordeelpakketten op www.horecabo.nl

Deel →
Twitter @wouterverkerk

U zoekt oplossingen voor uw gastvrijheid vraagstukken?

Neem contact op met Wouter Verkerk van Verkerk Bartstra