Het gebeurt maar één keer in je leven dat het café in je eigen straat te koop komt te staan! Dat moeten Ruud en Ella gedacht hebben toen ze drie jaar geleden de sprong waagden. Ruud zegde direct zijn baan op en als het eenmaal goed zou lopen dan zou ook Ella fulltime in het café-restaurant komen werken. ‘Maar waarschijnlijk zetten we er binnen een half jaar een bedrijfsleider op!’

Het was altijd al een droom geweest van de twee; gewoon iets voor zichzelf, heerlijk! En dat het dan nu een horecabedrijf was geworden was minder belangrijk. Allebei kenden ze de branche alleen van de andere kant van de bar maar dat zagen ze eigenlijk alleen maar als een voordeel. ‘We weten nog precies waar de buurtbewoners hier op zitten te wachten, het is dus juist goed dat we er fris naar kijken!’

Huiskamerspulletjes

Ze stapten af van typisch horecameubilair maar wilden ‘gewoon gezellige huiskamerspulletjes’ in de zaak. Glazen haalden ze net als thuis bij Ikea en op het terras plaatste Ruud zelfgemaakte banken en windschermen. De windschermen van hout en glas stonden er precies lang genoeg om één keer om te waaien. Toen waren ze niet alleen stuk, maar moesten ze ook van de gemeente weggehaald worden. Hoe kon Ruud nou weten dat je daar een vergunning voor nodig had? Bureaucratie! Ook de keuze voor materialen en meubels pakte niet helemaal goed uit. Alles ging heel snel kapot. Ruud en Ella klaagden tegen iedereen over de gebrekkige kwaliteit maar vervingen bijna niks: ‘Dan blijven we aan de gang!’

Paardenbiefstuk

De menukaart ging op de schop. ‘Dat laten we helemaal over aan de smaak van de chef, zij is een geweldige kok en is helemaal gek op oude gerechten.’ En zo kwamen de bloedworst, de paardenbiefstuk, de geitenyoghurt en de varkensniertjes in de spotlights te staan. ‘Leuk hé, een keertje geen saté met friet!’ Het werd geen succes, als gasten al kwamen dineren dan kozen ze heel vaak voor bittergarnituur of de meest veilige vegetarische optie. ‘Maar dan graag zonder de verse schapenkaas alstublieft!’

Ella wilde dat het café bekend zou staan als zeer kindvriendelijk, zij zou zorgen voor publiciteit en zette heel genereus al het oude speelgoed van haar eigen kinderen in de zaak. De geboorte van de kinderhoek! ‘En we gaan ook heel evenementen voor kinderen organiseren, helemaal leuk!’ Het bleek minder eenvoudig dan gedacht, de ’evenementen’ kwamen niet van de grond en als er een kind in het café was geweest zag de ruimte eruit als een kinderdagverblijf om vier uur ’s middags.

Zelf bier brouwen

Bier ging Ruud zelf brouwen, samen met een vriend. En als hij dan toch aan het brouwen was, kon hij het net zo goed voor de halve stad gaan brouwen. Hij richtte dus een brouwerij op. Het geld leende hij even van het café waar nu dus helemaal geen ruimte meer was voor investeringen. Enthousiast ging hij langs de deuren van andere horeca ondernemers in de stad om zijn bier te slijten. Hij was vanaf dat moment eigenlijk nooit meer in de zaak, maar ja, hij was serie-ondernemer geworden. Maar uiteindelijk was er maar één café in de stad dat zijn bier verkocht; zijn eigen café.

Bij Ella, die naast haar baan en de zorg voor de kinderen de administratie en het kantoorwerk van het horeca-imperium voor haar rekening nam, kwam de ene na de andere opzegging van personeel binnen. De een had iets anders, de ander had geen zin en de volgende vond het allemaal gewoon niet zo leuk meer. Ruud en Ella snapten er niks van. Hoezo niet leuk? Hun medewerkers hadden toch alle vrijheid?

De gasten waren ook wat in verwarring van alle veranderingen sinds de overname van Ella en Ruud en kwamen steeds minder. ‘Zijn jullie nou een brouwerij, een restaurant of een kinderclub? En ligt het nou aan mij of doen jullie het gewoon voor de lol, het ziet er allemaal een beetje rommelig uit en de banken op het terras lijken wel onbewerkt? Ik heb een splinter!’

Laatste gasten uitwringen

Afgelopen zomer was Ruud het ineens zat. ‘De gasten van vandaag snappen er gewoon helemaal niks van, hebben geen smaak en zijn gek’. Hij verhoogde al zijn prijzen flink, probeerde zijn laatste gasten uit te wringen, stopte met alle initiatieven en verkocht per 1 september jl. zijn zaak. Overigens zonder hun laatst overgebleven personeel daarvan op de hoogte te stellen. Die lazen het in de krant. Ruud en Ella waren zich van geen kwaad bewust: ‘Horeca is best wel iets voor ons hoor, maar blijkbaar is Nederland gewoon nog niet klaar voor onze manier van Horeca!’

Wouter Verkerk schrijft voor Misset Horeca en op deze blog over zijn observaties in de Nederlandse Horeca.

Zijn blogs en columns worden jaarlijks gebundeld en zijn overal verkrijgbaar maar alleen in voordelige combinatiepakketten op de website www.horecabo.nl (link)!

 

Deel →
Twitter @wouterverkerk

U zoekt oplossingen voor uw gastvrijheid vraagstukken?

Neem contact op met Wouter Verkerk van Verkerk Bartstra