Terug naar huis. We waren een paar weken op een warm eiland geweest, het zat erop. Het allerlaatste vakantiebiertje in een airport-bar.

Het staat er helemaal blauw

Het cafeetje op dit vliegveld grenst aan de enige rookruimte aldaar. Het is een glazen pui die de achterste hoek die ooit gewoon bij de zaak hoorde, nu scheidt van de rest. Het ziet er op het eerste gezicht niet ongezellig uit; een paar hoge tafels met krukken, dezelfde vrolijke kleuren op de muur. Het staat er alleen helemaal blauw, ook daardoor zien de mensen die er stevig zitten door te stomen, ondanks hun vakantiekleurtje er wat grauw uit.

Af en toe zwaait de deur open, dan voel je die indringende geur die tien jaar geleden nog zo gewoon was in alle cafés, bedwelmend je hoofd binnenkomen. Die giftige wolk blijft bovendien een beetje om de mensen heenhangen die zojuist in dat hok hebben gestaan en nu langs de tafeltjes in het reguliere gedeelte schuiven.

Hoesten en rochelen

Een van hen rookte achter elkaar twee snelle sigaretten. Ze had een beetje haast, ze ging er niet ‘gezellig’ bij zitten maar concentreerde zich op haar sigaretten en haar mobiele telefoon. Het was een stewardess herkenbaar gekleed in het blauw, twee strepen op haar pak. Binnen vijf minuten was ze het hok weer uit en toen gebeurde het. Een hoestbui. Verder lopen ging niet; ze hoestte haar longen uit haar lijf. Toen ze was opgehouden en naar adem hapte werd ze overvallen door een tweede golf van gehoest en gerochel. Na een poosje was ze gelukkig voldoende op adem gekomen om haar weg naar haar vliegtuig te vervolgen. ‘Klaar en uitgerust’ voor een werkdag in de lucht.

Beschaafd en respectvol

Tijdens de discussie over rookhokken moet ik op de een of andere manier steeds denken aan dit voorval. Ik weet niet precies wat ik er allemaal van moet vinden maar een paar dingen weet ik wel: 1. Wat ik zag was geen reclame voor de blauwe zwaan. 2. Wat ik zag was helemaal niet ‘gezellig’. 3. Wat ik rook was gewoon heel smerig. 4. Is het beschaafd laat staan respectvol om hokjes in te richten waar mensen zichzelf ‘vrijwillig’ ziek kunnen maken?

Het rookverbod in de horeca heeft vele mensen en ook mij persoonlijk veel gezonder gemaakt. Als dat er niet was gekomen, was ik waarschijnlijk nooit gestopt. Ik vond tot 2008 dat roken en horeca bij elkaar hoorden. Nu weet ik beter en geniet ik al jaren van meer lucht en iedere ochtend van een douche zonder hoesten etc. Zonder rookverbod in Nederlandse horeca had ik op dit vliegveld ook zeker ‘even’ een ‘sigaretje’ ‘gezellig met een biertje’ in het rookhok gedaan. Gewoontedier als ik ben.

Je redt levens

Hoe ‘irritant’ en ‘bemoeizuchtig’ en ‘onverstandig’ rookverboden in de horeca volgens sommigen ook zijn, er zitten ook veel gezondheidsvoordelen aan voor gast en medewerker. Het redt levens. Door dat helemaal niet te zien en te benoemen, presenteert ‘de horeca’ zich voor de zoveelste keer als een branche met te weinig oog voor de samenleving en teveel oog voor het eigen belang.

Deel →
Twitter @wouterverkerk

U zoekt oplossingen voor uw gastvrijheid vraagstukken?

Neem contact op met Wouter Verkerk van Verkerk Bartstra