Het gebeurt me weleens dat een man of vrouw in de garderobe van een betere zaak mijn jas ‘een mantel’ noemt. En mijn pet of muts, dat is daar ineens een hoofddeksel. Op weg naar een tafel noemen ze naar buiten kijken ‘een blik werpen’ en iets drinken is blijkbaar hetzelfde als iets gebruiken. Het is wollige sterrentaal. Vooral gesproken in vijfsterren hotels en restaurants met sterrenambities. Het zorgt ervoor dat bijna niemand zich op z’n gemak voelt; ook niet degene die het uitspreekt.

Deftig

Ik ben eerlijk gezegd een beetje allergisch voor sterrentaal. Een soort Nederlands dat het midden houdt tussen een formeel proces-verbaal van een agent bij de politie en een slecht amateur toneelstuk over adel in vervlogen tijden. Het pijnlijke is dat je aan alles merkt dat de mensen die sterrentaal spreken dat alleen op hun werk doen en thuis niet. Ze zoeken steeds naar synoniemen van gewone woorden om heel ‘deftig’ te blijven praten  en maar niet door de mand te vallen… O, ironie; Dat is wat ze daardoor continu doen!

Klassiekerietjes

Wie vertelt deze mensen nou toch ‘hoe het hoort’?  Zijn er echt mensen die denken dat er gasten bestaan die heel graag willen dat dit soort vocabulaire wordt opgegraven ter ere van hun bezoek aan een restaurant?  Nee toch? Wat mij betreft is na de enorme ontwikkeling van de keukens in ons land, in 2015 de bediening echt aan de beurt. We moeten af van al die klassiekerietjes. Doe normaal! Probeer alsjeblieft wat meer bij jezelf te komen en acteer geen ober! Met kerst waren we te gast in een zaak waar ze het snappen! De bediening tutoyeerde:  ‘Mag ik je nog een glas wijn inschenken?’  Ja Graag!!

Meneer Chic

Zeker wanneer je merkt dat gasten jouw klassieke taaltje niet snappen, of niet op prijs stellen is het bijzonder ongastvrij om er toch mee door te gaan. En als je goed nadenkt, dan geldt dat voor de grote meerderheid.  ‘Vóór u een gerecht van Duif vergezeld van schuim van boleten op een bedje van zuurkool met een saus van five spices.’ Dat is toch geen zin? En meneer Chic wist niet eens welke ‘five spices’ dat dan zijn. Tsja!

Etiquette

Eens at ik in een van de beste restaurants van ons land in Rotterdam. Op de vraag van een van de gasten in ons gezelschap op welke stoel ze (volgens de etiquette) moest gaan zitten, loog onze gastvrouw dat zij dat ook niet wist, maar dat de gast vooral ergens moest gaan zitten waar ze zich fijn zou voelen. Dat is modern gastheerschap. Zonder hoofddeksels, zonder mantels en zonder geworpen blikken. Maar wel met het doel iedere gast een goed gevoel te geven.

 

Afbeelding: Misset Horeca, Twitter

 

De Blogs van Wouter zijn gebundeld in het boek: ‘Dit is mijn wijk niet..!’ en is verkrijgbaar bij alle (online) boekwinkels en op deze website.

vierde druk

Deel →
Twitter @wouterverkerk

U zoekt oplossingen voor uw gastvrijheid vraagstukken?

Neem contact op met Wouter Verkerk van Verkerk Bartstra